In opdracht van het Bartholomeus Gasthuis gaat WVAU Architecten de Regentenzaal aanpassen met maatregelen ter bescherming van het cultuurhistorisch zeer waardevolle interieur.

De regenten van het Bartholomeus Gasthuis bouwen in 1632 de Regentenzaal en besluiten in 1642 gobelins voor deze zaal te bestellen bij Maximiliaan van der Gught, een Delftse gobelinmaker. De kosten worden gedekt door de 19 leden van het Broederschap, uit hun privémiddelen. Het eerste wandtapijt wordt afgeleverd in 1642, het laatste in 1648.

Op deze wandtapijten staan voorstellingen van ´een bosgagie verciert met bloemen, vogelen en allerhande gedierten met een huysken, lanen ende dorpen´.

De gobelins hebben een hele geschiedenis achter de rug. Geleidelijk raakten ze in verval en vooral in de negentiende eeuw zijn ze ernstig verwaarloosd. In de jaren 1897-1899 heeft men de tapijten, helaas oppervlakkig, opgeknapt bij een restauratie van de Regentenzaal. Zeer belangrijk is de restauratie van de gobelins geweest, die in de jaren 1936-1937 bij de Manufacture Nationale des Gobelins te Parijs plaatsvond. De tapijten kwamen van de behandeling terug als vrijwel nieuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zij de tapijten vanwege de grote waarde in kelders opgeslagen geweest, waarna een derde restauratie nodig bleek.

Na de verbouwing en herinrichting van het overige complex van het Gasthuis is nu de Regentenzaal aan de beurt, met extra aandacht voor de maatregelen die nodig zijn om het interieur van de zaal zo min mogelijk te laten lijden onder de invloed van vocht, temperatuurschommelingen en zonlicht. Dit zal gebeuren zonder al te grote zichtbare aanpassingen aan het interieur, en zonder de mogelijkheden van gebruik en bezichtiging te beperken.